FASTNET 2015

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Fastnet 2015 – “Hurrying Angel” – CO597 – Contessa 32

Co-Skippers – Lucie Allaway en Tom Barker

Ergens in 2014 kregen Lucie en ik een gek idee “Laten we in 2015 de Fasnet Race zeilen – doublehanded – en laten we dat doen in de Hurrying Angel (Lucie’s familie Contessa 32) als langzaamste boot op handycap. In feit moet je het woord “gek” vervangen door “krankzinnig”. Ik heb zelf vijf Fastnet Races volbracht en Lucie vier. Met mijn “Doublehanded” en solo ervaring wist ik dat het zwaar zou worden maar te doen, en zwaar zou het worden.
Zo gezegd, zo gedaan, we hebben ons ingeschreven, maar om het nog complexer te maken moesten we rekening houden met een wedstrijdreeks waar ik ook aan deelnam op de “Ilex” inclusief de Cowes Week. Die eindigt twee dagen voor de start van de Fastnet Race. Gezien de gebruikelijke hectiek rond de Cowes Week probeerden we voor die tijd zo veel mogelijk voor te bereiden om stress en onnodig verloren tijd vóór de wedstrijd te voorkomen. Zodoende startten de werkzaamheden al maanden vooraf met menukeuzes, routeplanning op basis van historische windgegevens, strategie’s met betrekking tot de getijden en schema’s voor het onderhoud aan de boot.
Maar nooit gaat het zoals verwacht. Om het stressniveau wat te verhogen kreeg Lucie het verzoek van de Royal Ocean Racing Club om deel te nemen aan de gebruikelijke persconferentie op vrijdagmorgen, aangezien wij de langzaamste boot waren op handicap. Daar zaten we, aan de lange tafel, naast enkele van de grote namen in de zeilwereld: Ken Reed – Comanche (en North Sails President, in feite mijn baas…) , Morgan Lagraviere- Safran, IMOCA 60 en komiek, Gryf Rhys Jones met zijn S&S Yawl, en verschillende andere prominenten in de zeilsport. Het was een intimiderende maar toch fantastische ervaring en we wilden duidelijk maken dat we weliswaar serieus wilden racen, maar dat we een realistische kijk hadden op ons uiteindelijke resultaat. De verwachting was weinig wind bij de start en meer wind later in de week, dus een kleine boot zou kunnen winnen en niet de grote carbon monsters.
Hurrying Anger (HA) was tijdens de Cowes Week afgemeerd in de East Cowes Marina als moederschip voor de “Ilex op Upnor”een X-332 waarmee we die week aan de race deelnamen. In HA lag gedurende die week de “cruising kit” van de “Ilex” en aan het einde van de week moest dit er allemaal af. Alle overbodige ballast moest eraf om haar zo licht mogelijk te maken voor de race. Veel hulp hadden we van Harry en Ann, Lucie’s ouders, die de raceuitrusting van HA op zaterdag hadden meegenomen naar East Cowes Marina. Ze namen ook al het overbodige weer mee terug. Om goed voorbereid te zijn hadden we al ons eten weken van te voren gekookt en ingevroren. Dit werd zo laat mogelijk aan boord gebracht om het zo lang mogelijk goed te houden in de koelboxen. In de voorbereidingen naar de race hadden we niets gewijzigd aan de zeiluitrusting van HA, maar er wel voor gezorgd dat al het noodzakelijke aanwezig was. Al het gewicht werd zo laag mogelijk samengepakt in het midden van de boot. In de voorpunt lag niets, met uitzondering van de stormfok en achterin onder de kuipbank alleen een reserveval. In de watertank onder de vloer zat 30 liter water. Daarnaast hadden we nog 8 flessen van 2 liter in de bank naast de mastvoet. Omdat we maar met z’n tweeën waren hadden we meer dan voldoende ruimte op een relatief kleine Contessa 32 om alles op te bergen. Daarom was het niet nodig om te kiezen voor vries gedroogd voedsel in plaats van ingevroren zoals nu. Dat bestond uit pastamaaltijden voor de eerste drie dagen. Daarna zouden we overschakelen op ingeblikte maaltijden en rijst in kookzakjes, weer voor drie dagen. Verder hadden we voor twee dagen z.g. “Boil in de bag” maaltijden aan boord voor het geval het erg slecht weer zou zijn. Het ontbijt bestond uit pap en de lunch uit brood en pasta. We hadden ook genoeg snacks, chocolade, biscuitjes en koffie voor een bemanning van 16 personen voor meer dan een week aan boord. Van voorgaande wedstrijden hadden we geleerd dat het voor het moraal en het energieniveau belangrijk is regelmatig te eten en te drinken.

Race Day

Nadat we hadden geposeerd voor de gebruikelijke pre-race foto’s samen op de boeg van de boot, gooiden we de lijnen los en gingen we naar de startlijn. H-15 minuten – De boot is klaar, wij ook. Een laatste kop koffie en een laatste moment van rust om te concentreren H–10 minuten – Genua op en een plaats innemen op onze favoriete plaats aan de start . H-5 minuten – Het gebied rond de startlijn wordt druk omdat iedereen vrije wind zoekt. Sommige brutale Fransen varen nog altijd op de motor tot 30 seconden voor de start. H-0 – Gaan! Maar niemand maakt enige snelheid door het gebrek aan wind. De IMOCA 60’s en MOD 70’s die 20-30 minuten voor ons zijn gestart zijn nog maar 100m van ons verwijderd. De volgende 3 uur zijn we aan het vechten om maar enige snelheid in het schip te krijgen, omdat de vloot met het uitgaande tijd de Solent verlaat in westelijke richting. Dit was zeker de meest bezadigde en stressvolle start van een race die ik ooit heb meegemaakt. Eindelijk zagen we een rimpeling in de zee en de zeilen zetten zich keurig, het schip helde een beetje over en we begonnen wat snelheid te maken, de Solent uit. Het leek wel Mach 1 maar het was in werkelijkheid maar 4-5 knopen in 8-10 knopen wind, maar vergeleken met eerder die dag verbazingwekkend.
Nu was de wedstrijd echt begonnen en konden we wat routine gaan opbouwen. Ook moesten we bepalen wat de drift van de afgelopen uren had gedaan met het oog op onze getijdenplanning. Maar dat gold natuurlijk ook voor de rest van de vloot. Het lukte me een Gribfile te downloaden en ik zag dat de beste optie was naar het zuiden te varen richting Casquets TSS en dan opverstag te gaan richting Landsend. Deze keuze leek de juiste aangezien we in de nabijheid bleven van grotere schepen die niet echt snelheid konden maken onder deze lichte omstandigheden. Onze routine was 2 uur op, 2 uur af gedurende de dag en 1 uur op, 1 uur af ’s nacht, zodat we snel in een patroon eten, slapen, zeilen, eten, slapen, zeilen etc. vervielen. Mijn ervaring met korte perioden van slaap zijn goed, omdat je energieniveau op peil blijft en de persoon aan dek niet oververmoeid raakt en steeds op de klok gaat kijken. De eerste dagen werden getekend door licht weer en veel winddraaiingen. Daarop inspelen en goed anticiperen op de getijden speelden een belangrijke rol in onze strategie. We hadden een paar perioden van totale windstilte maar gelukkig hadden we telkens het tij mee, zodat we de juiste richting op dreven en konden uitrusten. Lucie kon zelfs nog even een zonnebad nemen in een bepaalde periode van windstilte. Slecht éénmaal, nabij Start Point, moesten we een anker uitgooien om te voorkomen dat we achteruit dreven. Met een diepte van 55m moesten we onze normale ketting met 40m kevlar lijn verlengen met een reserve val van 20m. Gelukkig kreeg het anker snel grip. Zo bleven we 4 uur liggen, terwijl we sommige van onze concurrenten terug zagen komen drijven. Het anker met de gehele lijn ophalen was een hele klus. Toen we eindelijk alles aan boord hadden strompelden we uitgeput naar de kuip en zaten we enkele minuten roerloos, terwijl we westwaarts dreven.
Vervolgens nam de wind toe en maakten we goede vorderingen richting Lands End. Op dinsdagavond passeerden we Lands End TSS en konden we een NW koers aanhouden de Ierse Zee in. Ik kon nog één gribfile downloaden en zag dat gedurende de nacht de wind zou toenemen en het zicht minder zou worden. Hetgeen gebeurde in de laatste uren voor zonsondergang, de wind nam toe tot 25 knopen ZW, het zicht werd slechter. Met inmiddels genua 3 aangeslagen boksten we op tegen veranderlijke golven, onder laaghangende donkere wolken. Omdat we geen rollers konden zien aankomen in deze verwarde zee was het enigszins oncomfortabel (zachtjes uitgedrukt) maar met onze S-spant doorkliefden we de golven en konden we enkele moderne schepen inhalen met hun vlakke bodem en diepstekende kielen. Gedurende de nacht nam de wind nog toe en spoedig hadden we genua 4 opstaan. Met twee riffen in het grootzeil liepen we 6-7 knopen. Toen de zon opkwam hadden we een goede voortgang gemaakt over de Ierse Zee en nu met het daglicht konden we de golven beter zien. Zodoende liepen we continue 7 knopen in de richting van de “Rock”. Door het slechte zicht konden we geen andere schepen zien, maar dankzij AIS konden we zien dat er enkele andere wedstrijdschepen en een paar vracht- en vissersschepen in onze nabijheid waren. Lucie had enkele opwindende momenten met een survey schip dat plotseling uit de mist verscheen dat niet door de AIS was opgepikt en een Nicolson 55 die ons aan lij inhaalde onder vol zeil. Het deed ons goed dat het zo lang had geduurd dat zij nu pas hier waren, maar het was vervelend om te zien dat zij wel onder vol tuig konden varen.
Die avond bereikten we de “Rock”. Lucie zat aan de helmstok en ik zat achter de plotter om ervoor te zorgen dat we niet te dichtbij kwamen. Op een zeker moment dacht ze dat we toch te dichtbij kwamen toen een golf luid tegen een rots brak en ze een vislucht rook. Het bleek dat we aflandig van een plek waren gepasseerd waar zeehonden zich ophouden. Even tijd voor een klein glaasje champagne om te vieren dat we de “Rock” hadden gepasseerd en toen snel “back to business” omdat we ook weer terug moesten. Het weer klaarde niet op, maar gelukkig konden we een ruimewindse koers aanhouden zodra we vrij waren van de “Rock”, in de richting van de Scillie Eilanden.
Donderdagavond hadden we de Ierse Zee achter ons liggen. Gedurende de nacht ging de wind wat minderen en konden we een grotere genua zetten om voldoende snelheid te houden. We begonnen op de GPS de verwachte aankomsttijd in de gaten te houden. Deze gaf aan dat we op tijd zouden aankomen voor de vrijdagavond party (één van onze persoonlijke doelen).
Vrijdagmorgen vroeg passeerden we de Scillie Eilanden, konden we de spinaker hijsen en gang maken richting Plymouth. Met een vernieuwd enthousiasme, na enkele moeilijke dagen, waren we vast besloten zo snel mogelijk te finishen. We losten elkaar nu elke 5 mijl af . Dit betekende dat we elke 45-50 minuten wisselden gedurende de dag, maar toen we Plymouth naderden nam de wind af en onze hoop om op tijd te zijn voor de vrijdagavond party eveneens. Om 22:00 uur tenslotte waren we 2 mijl van de finish bij 2 knopen wind en zeer weinig bootsnelheid. We hadden nog twee uur voordat het tij zou keren, hetgeen zou betekenen dat we voor anker zouden moeten gaan in het zicht van de finish! Gelukkig pikten we een vlaag op en we werden hartelijk gefeliciteerd door het team van de RORC vanuit het Plymouth Brake Water Lighthouse, die de laatste uren naar ons toplicht hadden zitten kijken. Om exact 23:47u vrijdag passeerden we de finish.
Voordat de begeleidende de RIB ons naar binnen zou brengen moest ik nog één ding doen. Ik knielde en deed Lucie een huwelijksaanzoek! Ik had de ring alk die tijd verstopt in de medicijntrommel (het zou vervelend zijn geweest als we die hadden moeten openen tijdens de wedstrijd). Natuurlijk zei ze ja. Ik zeg “natuurlijk” terwijl er was een kans dat ze nee zou hebben gezegd, maar ik nam aan van niet omdat we samen rond de “Rock” waren gezeild zonder dat we elkaar overboord hadden gegooid.
Toen we de motor startten en de zeilen op dek lieten zakken hadden we even het idee dat we iets illegaals deden door de motor te gebruiken om ons voort te stuwen. We volgden de RIB, onderwijl genietend van een glas champagne We waren bang dat iedereen het feest al had verlaten en terug was gegaan naar hun schepen. Maar toen we bij de bar langs de kade kwamen was er een luid gejuich, een geflits van zaklampen en tientallen mensen verwelkomden ons. Dit was een geweldig gevoel, we bleven glimlachen. Toen we waren afgemeerd werd het schip overspoeld door vrienden van andere boten. We waren totaal overweldigd door deze plotselinge menigte na vijf dagen van afzondering. We vroegen het dronken gepeupel onze zeilen op te bergen. Anderen duwden ons glazen met bier, rum en whisky in onze handen. We gingen heel even naar beneden voor een moment rust, maar daarna werden we naar de bar gedirigeerd, waar we nog waren toen de zon opkwam.
Alles samenvatten, het was voor ons beiden een geweldige ervaring. Het was een fantastisch gevoel mijn 6e Fastnet Race te volbrengen (2e double handed) en alhoewel je op dat moment zegt “nooit meer” duurt het slechts een paar weken voordat het weer begint te kriebelen voor een volgende uitdaging.

Resultaten:

Gevaren tijd : 5 dagen 11 uur 27 minuten
IRC Double Handed – 44e van 54 deelnemers
IRC Class 4 – 42e van 71 deelnemers
IRC Overall – 216e van de 309 deelnemers

NB: dit verslag stond eerder op Facebook. Met toestemming van de schrijver Tom Barker mogen wij dit overnemen op onze site.